vlaag
mannelijk/vrouwelijk (de)/vlax/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) een plotselinge windstoot, een rukwind, windvlaag
- (figuurlijk) een opwelling, het plotseling en tegelijkertijd hevig opkomen van ietsEen vlaag van verstandsverbijstering.
Etymologie
* In de betekenis van ‘plotselinge windstoot’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Vertalingen
Engelsburst, gust, bout
Fransrafale, impulsion
DuitsBöe
Spaansracha, ráfaga
Deenskastevind
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek