vlaag

mannelijk/vrouwelijk (de)/vlax/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meteorologie (meteorologie) een plotselinge windstoot, een rukwind, windvlaag
  2. figuurlijk (figuurlijk) een opwelling, het plotseling en tegelijkertijd hevig opkomen van iets
    Een vlaag van verstandsverbijstering.

Etymologie

* In de betekenis van ‘plotselinge windstoot’ voor het eerst aangetroffen in 1287

Vertalingen

Engelsburst, gust, bout
Fransrafale, impulsion
DuitsBöe
Spaansracha, ráfaga
Deenskastevind