vlasdraad
mannelijk (de)/ˈvlɑzdrat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dunnen draad gemaakt van vlas'De nageboorte móét eruit, persen, Catharina.'Er spatten zweetdruppels van zijn voorhoofd op het laken. Naast hem lag een bewegingloos bundeltje. Lambert zag een handje, vingertjes van vlasdraad.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek