vleermuizen

/ˈvlermœyzə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een orde van kleine zoogdieren die zich actief door de lucht kunnen voortbewegen. Deze dieren hebben vleugels die bestaan uit een vlieghuid, opgespannen tussen de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart. De kleinste soorten zijn 2,9 tot 3,4 centimeter lang, wegen 2,0 tot 2,9 gram en hebben een spanwijdte van 15 centimeter; de grootste soorten (vleerhonden) wegen 1,6 kilogram en hebben een spanwijdte van 1,7 meter. Wereldwijd zijn er ruim 1200 soorten beschreven

Etymologie

*"vleermuis" met de uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt