vlees
Wat is de betekenis van vlees?
vlees betekent: (anatomie) spierweefsel van bepaalde organen
Betekenis
- (anatomie) spierweefsel van bepaalde organen
- (voeding) spierweefsel van dieren dat opgegeten kan worden als onderdeel van de voeding
Voorbeelden van "vlees" in een zin
- Een vegetariër eet geen vlees.
- Eigenlijk had Nella gehoopt op geurige bijenwas, en ze is verbaasd dat ze hier hebben gekozen voor deze walmende soort, die naar vlees ruikt.
- De zwart verkoolde buitenkant omhulde zacht, wit vlees.
Betekenis en uitleg van vlees
Vlees is het eetbare weefsel van dieren, vooral van zoogdieren, dat rijk is aan eiwitten en vaak een belangrijke bron van voeding voor mensen. Het komt in verschillende vormen en bereidingswijzen voor, zoals rundvlees, varkensvlees en gevogelte.
Het woord 'vlees' wordt vaak gebruikt in de context van maaltijden en koken, bijvoorbeeld bij het maken van een stoofpot of barbecue. Het heeft ook culturele en sociale connotaties, zoals bij traditionele feesten waar vleesgerechten centraal staan. Daarnaast zijn er tegenwoordig ook steeds meer discussies over de ethiek van vleesconsumptie en alternatieven zoals plantaardige eiwitten.
Voorbeelden
- Tijdens het diner serveerden ze een heerlijk stuk gegrild vlees met seizoensgroenten.
- In de supermarkt vind je een uitgebreide afdeling met verschillende soorten vlees, van kip tot lamsvlees.
- Met de opkomst van vegetarisme en veganisme is de vraag naar vlees in sommige delen van de wereld aan het afnemen.
Woordoorsprong
Het woord 'vlees' stamt af van het Oudnederlands 'vleisc', wat 'vlees' of 'lichamelijke substantie' betekent, en is verwant aan het Germaanse 'flaiskō'.
Veelgestelde vragen over vlees
Wat is de betekenis van vlees?
vlees betekent: (anatomie) spierweefsel van bepaalde organen
Hoeveel betekenissen heeft vlees?
vlees heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft vlees?
vlees is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je vlees in een zin?
Voorbeeld: “Een vegetariër eet geen vlees.”
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "vleesc" en Oudnederlands "flesk", in de betekenis van ‘spierweefsel’ aangetroffen vanaf 901
Uitdrukkingen
- Beter een luis in de pot dan helemaal geen vlees — Wees met weinig tevereden als je toch niet meer bereikt.
- De geest is gewillig, maar het vlees is zwak — Stoett-619 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- De weg van alle vlees gaan — dood gaan
- Een doorn in het vlees — Stoett-468 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Vis noch vlees zijn — voor niemand een oplossing zijn
- Weten wat voor vlees je in de kuip hebt
- Willen weten welk vlees men in de kuip heeft — eerst willen weten hoe iemand is