vleugel
mannelijk (de)/ˈvløɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lichaamsdeel van diersoorten als vogels, vleermuizen en sommige insecten dat vliegen mogelijk maakt, in de vorm van een beweegbaar vlak dat paarsgewijs aan beide kanten van het lichaam zitEen wesp heeft vier vleugels.De vogel had een gebroken vleugel en kon niet meer vliegen.Zwanen delen wel degelijk klappen uit met hun vleugel.
- (luchtvaart) onderdeel van een vliegtuig dat vliegen mogelijk maaktDat werkt net als in de luchtvaart: daar zorgt de luchtstroom rond een vleugel dat de druk erboven lager is dan de druk eronder. Dat drukverschil geeft een opwaartse kracht en het toestel blijft in de lucht.
- (muziekinstrument) muziekinstrument met horizontaal gespannen snaren, dat met een klavier (toetsenbord) bespeeld wordtZe had maar één wens. „Er zijn nog drie Bach-concerten die ik niet heb gespeeld, wil je die voor me aanschaffen?” Dat deed ik. Vervolgens zag ik haar dagelijks onbeweeglijk aan de vleugel zitten met de rust die haar explosieve natuur alleen de muze gunde. Mijn moeder sprak nooit over haar frustraties of haar angsten. Mijn moeder speelde.
- (transport) deel van een landvoertuig, bijvoorbeeld een auto, dat de aerodynamica bevordert
- (militair) deel van een strijdmacht dat links of rechts van de hoofdmacht is opgesteld
- (politiek) deel van een politieke partij of stromingDe meest aansprekende Democraten in de campagne waren uitgesproken links, maar uiteindelijk waren de meeste winnaars gematigd. (…) Welke vleugel zal prevaleren?
- (bouwkunde) elk van de delen van een bouwwerk links en rechts van het middendeelDe ingewikkeldste restauraties vinden in de oudere gedeeltes van het paleis plaats. "Alles is natuurlijk monumentaal. Maar de vleugels zijn begin negentiende eeuw aangebouwd. Die zijn dus twee eeuwen oud, maar het waren vooral woonvertrekken. Die waren niet gemaakt om bals in te organiseren. Die zijn soberder", zegt Verfürden.
Etymologie
*van Middelnederlands "vlogel" / "vloghele", in de betekenis van ‘lichaamsdeel om mee te vliegen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Uitdrukkingen
- vleugels hebben — zich snel voortbewegen
Vertalingen
Engelswing, wing, grand piano
Franspiano à queue
DuitsFlügel, Flügel, Flügel
Spaansala, ala, piano de cola
Japans翼, つばさ, tsubasa
Poolsskrzydło, skrzydło
Zweedsvinge, flygel
Deensvinge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek