vliegertouw

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. touw waaraan men een vlieger kan oplaten
    ' 'U zou wel opgepast hebben dat ze uw vliegertouw niet doorgeknipt hadden, meneer Dolland,' zei ik.
  2. touw van een bepaald driehoekig zeil van een zeilboot