vliegertouw
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- touw waaraan men een vlieger kan oplaten' 'U zou wel opgepast hebben dat ze uw vliegertouw niet doorgeknipt hadden, meneer Dolland,' zei ik.
- touw van een bepaald driehoekig zeil van een zeilboot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek