vliegticket
onzijdig (het)/ˈvlixtɪkət/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vervoerbewijs dat een passagier recht geeft op vervoer per vliegtuig naar de bestemming die men geboekt heeft„Mijn laatste grote uitgave was een vliegticket voor onze reis naar Zuid-Afrika in februari. Samen met mijn zus, zwager en een paar vrienden gaan we er twee weken rondreizen. Maar omdat we óók net op vakantie waren geweest naar Spanje en naar Rock Werchter waren geweest, hebben we toen wel even zuinig aan moeten doen.” NRC Liza Titawano 13 december 2016Vliegen met een privéjet: “Vliegtickets zijn vrijgesteld van btw en op kerosine wordt geen belasting geheven,” licht de TU Delft-hoogleraar transportbeleid toe. [https://www.parool.nl/ps/de-privejet-is-populairder-dan-ooit-hoe-kan-zo-n-elitereisje-zo-goedkoop-zijn~bfb993e9/ www.parool.nl (24 nov 2022)]
Vertalingen
Engelsair ticket
Spaansbillete de avión
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek