vliem

mannelijk/vrouwelijk (de)/vlim/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein, heel scherp mesje zoals artsen gebruiken
    In de kasten zien we vallen, ringeltangen, een vliem om bloed te slaan bij het vee (aderlaten), een tang om het veulen te blokstaarten (couperen) en om af te sluiten een palingschaar.

Etymologie

*van Middelnederlands "vlieme" / "vlime"