vliem
mannelijk/vrouwelijk (de)/vlim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein, heel scherp mesje zoals artsen gebruikenIn de kasten zien we vallen, ringeltangen, een vliem om bloed te slaan bij het vee (aderlaten), een tang om het veulen te blokstaarten (couperen) en om af te sluiten een palingschaar.
Etymologie
*van Middelnederlands "vlieme" / "vlime"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek