vlijm

mannelijk/vrouwelijk (de)/vlɛim/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) scherp snijinstrument dat eertijds gebruikt werd bij het aderlaten
    De chirurgijn kwam er al aan met zijn verzameling vlijmen en een kom voor het bloed.
  2. zeer scherp mesje voor andere toepassingen

Etymologie

*Via het Latijnse phle(bo)tomus ("lancet") ontleend aan het Oudgriekse φλεβοτόμος (phlebotomos; "ader-snijdend"). Het Middelnederlands kende twee vormen: enerzijds vlime (met een ontwikkeling zoals bij krijt), anderzijds vlieme (met een ontwikkeling zoals bij biet). Het bijvoeglijke naamwoord is verkort uit vlijmscherp.

Vertalingen

Engelsfleam
Fransphlébotome