vlijm
mannelijk/vrouwelijk (de)/vlɛim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) scherp snijinstrument dat eertijds gebruikt werd bij het aderlatenDe chirurgijn kwam er al aan met zijn verzameling vlijmen en een kom voor het bloed.
- zeer scherp mesje voor andere toepassingen
Etymologie
*Via het Latijnse phle(bo)tomus ("lancet") ontleend aan het Oudgriekse φλεβοτόμος (phlebotomos; "ader-snijdend"). Het Middelnederlands kende twee vormen: enerzijds vlime (met een ontwikkeling zoals bij krijt), anderzijds vlieme (met een ontwikkeling zoals bij biet). Het bijvoeglijke naamwoord is verkort uit vlijmscherp.
Vertalingen
Engelsfleam
Fransphlébotome
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek