vliering

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bovenzoldertje, een zolder ter hoogte van de flieringen
    De vliering is alleen via een ladder te bereiken.
    'Thea, ben jij op de vliering geweest? Heb je in je moeders hutkoffer gesnuffeld?' Ze kijken elkaar aan.
    In de stilte van de vliering ziet ze Afrika, en daar de Molukken.

Etymologie

*fliering is Middelnederlands voor horizontaal kaphout dat tegenwoordig 'gording' wordt genoemd.

Vertalingen

Spaansbuharda, buhardilla, desván