vlieten
/'vlitə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (formeel) zachtjes vloeien of stromenHet water is door de sterke regenval op een aantal plaasen over de dam gevloten.
- (erga) (formeel) als iets vluchtigs voorbijgaanTerwijl [Hans] Andreas de drama's van goed en fout, van leven en dood, direct aan de lijve ondervonden heeft, is het groots en meeslepende aan [Adriaan R.] Holst voornamelijk voorbij gevloten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘stromen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Vertalingen
Engelsflow, pass by
Fransfuir, fuir
Duitsfließen, strömen, fliehen
Spaanscorrer, fluir, fluir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek