vlijen

/vlɛɪə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) op een geordende manier, comfortabel neerleggen
    Zij vlijde haar handen in haar schoot.
  2. refl (refl) op zijn gemak gaan liggen, meestal tegen iets of iemand aan
    Het hertenkalfje vlijde zich tegen zijn moeder en viel in slaap.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ordelijk of gemakkelijk neerleggen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1343