Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
vlooienzak
mannelijk (de)/ΛvlojΙ(n)ΛzΙk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) langwerpig omhulsel van gevoerd textiel waar je in kan slapen"Heb je dan niet in bed geslapen vannacht?" vroeg haar nicht vol verbazing. "Nee β in een vlooienzak in dat graf! (β¦)"
- (pejoratief) huisdier dat wordt geplaagd door kleine bloedzuigende parasieten die ook gemakkelijk naar mensen kunnen overspringenFripon was allesbehalve een hond, een vals opdondertje was het, een soort gigolo waardoor al het geld van Germaine opging aan lekkere hapjes, kleine dekmanteltjes voor de winter, bezoekjes aan de dierenarts en halsbanden met belletjes, een vlooienzak was het, die z'n vlooien in het tapijt verspreidde (β¦)
- (scheldwoord) armoedig persoon met een gebrekkige hygiΓ«ne, wellicht geplaagd door kleine bloedzuigende parasieten die op anderen kunnen overspringenToen ik Koen hier na de match over aanspraak siste hij gewoon: "Ge hebt me wel gehoord, vlooienzak."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek