slaapzak

mannelijk (de)/ˈslapsɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Een slaapzak wordt gevormd door een grote, doorstikte deken, die vaak door middel van een rits om het lichaam heen te sluiten is. In de dan gevormde zak kan men slapen, in plaats van onder een deken
    Daar kroop ik, nog in de greep van de angst, mijn slaapzak in en rolde mezelf tot een kleine bal.
    Voordat ik weer in slaap viel kreeg ik de gedachte aan zeven verschrompelde lijken in gesmolten slaapzakken niet uit mijn hoofd.

Vertalingen

Engelssleeping bag
Fransduvet, sac de couchage
DuitsSchlafsack
Spaanssaco de dormir, bolsa de dormir