vluchteling

mannelijk (de)/'vlɵxtəlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die uit angst voor vervolging zijn land is ontvlucht
    Er kwam door de oorlog in het buurland een groot aantal vluchtelingen naar Syrië.
    Smullen van de enorme chocolade borstbeelden van Willem Sluiter. Dat kunnen de kinderen van de Leeuwerikschool en Oekraïense vluchtelingen in Berkelland. Een cadeau van de dichters Alet Boukes en Arjen van Gijssel.
    Maar het was niet zo makkelijk om als politieke vluchteling het land te verlaten, waar sommigen nu mee dreigden.
  2. iemand die voortvluchtig is

Etymologie

* van vluchten

Vertalingen

Engelsrefugee
Fransréfugié
Spaansfugitivo, refugiado