vluchten

/ˈvlʏxtə(n)/

Wat is de betekenis van vluchten?

vluchten betekent: (erga) trachten te ontkomen aan dreigend gevaar

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) trachten te ontkomen aan dreigend gevaar

Voorbeelden van "vluchten" in een zin

  • De dieven vluchtten toen zij de politie de winkel binnen zagen komen.
  • Halverwege de oorlog deserteerden er iedere maand meer dan vijfduizend soldaten; sommige bleven gewoon ergens hangen tijdens de oneindig lange marsroutes, andere vluchtten zodra het vuur werd geopend.{{Aut|Winchester, Simon
  • Volgens de overlevering vluchtten meisjes uit Plancher-Les-Mines gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) de bossen in om te ontkomen aan bloeddorstige huurlingen in dienst van de Zweedse bezetter.

Betekenis en uitleg van vluchten

Vluchten betekent weggaan uit een situatie of plaats, meestal om gevaar of ongemak te ontlopen. Het kan zowel letterlijk zijn, zoals weglopen voor een dreiging, als figuurlijk, zoals ontsnappen aan stress of verplichtingen.

Het woord 'vluchten' wordt vaak gebruikt in situaties waarin iemand of iets in een onveilige of benarde positie verkeert. Dit kan variëren van het ontsnappen aan een natuurramp tot het vermijden van emotionele pijn. De nuance kan ook een gevoel van urgentie of wanhoop met zich meebrengen, afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt.

Voorbeelden

  • Na de aardbeving moesten de bewoners vluchten naar hogere gronden.
  • Soms is het beter om even te vluchten uit de drukte van het dagelijkse leven en wat tijd voor jezelf te nemen.
  • De verdachte besloot te vluchten toen hij de politie in de verte zag aankomen.

Woordoorsprong

Het woord 'vluchten' komt van het Oudnederlands 'flucten', wat 'ontsnappen' of 'weggaan' betekent. Het heeft verwanten in andere Germaanse talen die hetzelfde idee van ontsnapping uitdragen.

Veelgestelde vragen over vluchten

Wat is de betekenis van vluchten?

vluchten betekent: (erga) trachten te ontkomen aan dreigend gevaar

Hoe gebruik je vluchten in een zin?

Voorbeeld: “De dieven vluchtten toen zij de politie de winkel binnen zagen komen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘weggaan van gevaar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Vertalingen

Engelsflee, run away, escape
Duitsflüchten, fliehen, entfliehen
Spaansafufar, huir, fugarse