voering

vrouwelijk (de)/ˈvurɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de binnenbekleding van een voorwerp
    De jas was kapot, waardoor de voering eruit kwam.
  2. het voeren (leiden)

Etymologie

*Naamwoord van handeling van voeren .

Vertalingen

Engelslining
Fransdoublure
DuitsFutter
Spaansforro
Zweedsbeklädnad