voering
vrouwelijk (de)/ˈvurɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de binnenbekleding van een voorwerpDe jas was kapot, waardoor de voering eruit kwam.
- het voeren (leiden)
Etymologie
*Naamwoord van handeling van voeren .
Vertalingen
Engelslining
Fransdoublure
DuitsFutter
Spaansforro
Zweedsbeklädnad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek