Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

voetballiefhebster

vrouwelijk (de)/ˈvudbɑlˌlifhɛpstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die graag naar voetbal kijkt
    's Avonds gemeenteraad. Ik tref de raad aan, gekluisterd aan de beeldbuis. Oranje speelt tegen Marokko. De burgemeester is een fervent voetballiefhebster en met haar het merendeel van de raad.
    Als trouwe lezeres van uw blad, enthousiast voetballiefhebster, — ik heb drie neven, die spelen — en geboren Hengelosche, werd ik onaangenaam getroffen door de slottirade van het verslag Zutfen—Hengelo in uw laatste nummer: „Weinig publiek en lekker weer maakten het den spelers prettig."

Etymologie

*van "voetballiefhebber" , op te vatten als