voetstuk

onzijdig (het)/ˈvutstʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderstel voor o.a. beelden en vazen
    Het beeld werd op een voetstuk geplaatst.

Uitdrukkingen

  • Iemand van zijn voetstuk stotenIemand zijn of haar aanzien ontnemen (zie ook Iemand van zijn sokkel stoten)
  • Van zijn voetstuk vallenZijn aanzien en/of machtspositie kwijtraken; een nederlaag lijden, verslagen worden

Vertalingen

Engelspedestal
Franspiédestal