volgrijtuig
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een door paarden getrokken rijtuig of koets die volgt op het leidende rijtuig van een stoetZe vvaren met z'n vieren in het volgrijtuig gegaan: grootvader, oom Dirk en neef Breman met een hoge zijden hoed en zwarte handschoenen, en hij, Kees, met z'n gewone goed, omdat-ie nog maar een jongen was.Trouwens, waar is Franz?' 'Hij zit in het eerste volgrijtuig met monsieur de Villefort, die hem nu al als een lid van de familie beschouwt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek