volgrijtuig

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een door paarden getrokken rijtuig of koets die volgt op het leidende rijtuig van een stoet
    Ze vvaren met z'n vieren in het volgrijtuig gegaan: grootvader, oom Dirk en neef Breman met een hoge zijden hoed en zwarte handschoenen, en hij, Kees, met z'n gewone goed, omdat-ie nog maar een jongen was.
    Trouwens, waar is Franz?' 'Hij zit in het eerste volgrijtuig met monsieur de Villefort, die hem nu al als een lid van de familie beschouwt.