Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

volgroeien

/vɔlˈɣrujə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. volwassen worden, ontwikkelen, rijpen
    Het lichaam volgroeit en wordt geslachtsrijp.
    Over twee jaar zijn de plantjes volgroeid.
werkwoord
  1. vullen door middel van groei
    De vijver is volgegroeid met riet en waterplanten.