volksgeneeskunde

vrouwelijk (de)/ˈvɔlᵊksxəˌneskʏndə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bestrijding van ziekteverschijnselen met traditionele hulpmiddelen door mensen zonder geneeskundige opleiding
    In de volksgeneeskunde werden er al bijzondere, heilzame eigenschappen aan frambozen toegekend; en als de vrucht al niet helpt, dan toch thee van het blad tegen eczeem, ooginfecties, hooikoorts en pijnen bij de bevalling, mits de kraamvrouw niet al te gespierd is.