volkstoneel

onzijdig (het)/ˈvɔlᵊkstoˌnel/

Wat is de betekenis van volkstoneel?

volkstoneel betekent: (toneel) vorm van podiumkunst waarin acteurs stukken spelen die naar hun onderwerp, taal en uitvoering zijn afgestemd op een zeer breed publiek met minder inkomen en opleiding

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) vorm van podiumkunst waarin acteurs stukken spelen die naar hun onderwerp, taal en uitvoering zijn afgestemd op een zeer breed publiek met minder inkomen en opleiding
  2. toneel (toneel) theatergezelschap dat stukken speelt die naar hun onderwerp, taal en uitvoering zijn afgestemd op een zeer breed publiek met minder inkomen en opleiding
  3. figuurlijk (figuurlijk) reeks gedragingen van gewone mensen die op anderen bijna als een voorstelling overkomen

Voorbeelden van "volkstoneel" in een zin

  • Het stevige taalgebruik en de verschoppelingen waren nieuw in Nederlandstalig toneel. (…) „Volkstoneel”, noemde De Boer zijn voorstelling. „Ik mik op de mensen die nooit in het theater komen.”
  • Tot ver in de negentiende eeuw borduurde het theater door op het volkstoneel, waarin vastomlijnde karakters optraden, zoals de dronkeman, de vader, de gravin.
  • Zo vertelt hij ontroerende anekdotes over zijn eerste kus, zijn Utrechtse vader die bij het volkstoneel speelde en zijn mislukte auditie bij Jacques Brel.
  • Limmel is een dorp, zeggen de bewoners zelf, en dat moet zo blijven. Genoemd worden telkens weer de 43 verenigingen, voor het voetbal, het volkstoneel, de fanfare, de zangkoren, de boerenkapel en het carnaval.
  • Het past in de Latijnse traditie, waarin bedrogen vrouwen met huisraad gooien en daarna de straat opstormen om hun misère met de buren te delen. De mannen grinniken dan wat, de vrouwen betuigen hun steun. Maar in Argentinië als Peru ontbreekt de laatste akte van dit volkstoneel: de in tranen gedrenkte verzoening.