volstrekt

Wat is de betekenis van volstrekt?

volstrekt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken

Betekenis

werkwoord
  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
  3. verouderd_in_het_nederlands gebiedende wijs meervoud van volstrekken
  4. werkwoordsvorm in het nederlands voltooid deelwoord van volstrekken
bijvoeglijk naamwoord
  1. geheel en al
bijwoord
  1. woorden met boekreferenties geheel en al, in het geheel

Voorbeelden van "volstrekt" in een zin

  • Jij volstrekt.
  • Hij volstrekt.
  • Volstrekt!
  • Dit geschiedde onder volstrekte geheimhouding.
  • Dat is volstrekt uitgesloten.

Etymologie

In de betekenis van ‘onbeperkt, absoluut’ voor het eerst aangetroffen in 1664