volstrekt
Wat is de betekenis van volstrekt?
volstrekt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van volstrekken
- gebiedende wijs meervoud van volstrekken
- voltooid deelwoord van volstrekken
bijvoeglijk naamwoord
- geheel en al
bijwoord
- geheel en al, in het geheel
Voorbeelden van "volstrekt" in een zin
- Jij volstrekt.
- Hij volstrekt.
- Volstrekt!
- Dit geschiedde onder volstrekte geheimhouding.
- Dat is volstrekt uitgesloten.
Etymologie
In de betekenis van ‘onbeperkt, absoluut’ voor het eerst aangetroffen in 1664
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek