volte
vrouwelijk (de)/ˈvɔltə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de omstandigheid dat iets, een ruimte gevuld is; het vol zijn met iets. Vooral met de gedachte aan een teveel
- wending
- cirkel, beschreven door paard en ruiter
- zwenking om een slag tijdens het schermen te ontwijken
Etymologie
*afgeleid van vol (1)
Vertalingen
Spaanscompás
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek