voorbereidingstijd

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode die men nodig heeft om zich op een gebeurtenis of handeling te prepareren
    De partijraad besloot dinsdag unaniem om de volgende leider te kiezen via een vereenvoudigde procedure. Een normale leiderschapsverkiezing zou maanden aan voorbereidingstijd kosten en zou ook het beleid tegen de coronapandemie bemoeilijken, aldus de voorzitter van de partijraad.
  2. periode die men kan gebruiken om zich op een gebeurtenis of handeling te prepareren
    Ook zorgt spreiding voor meer voorbereidingstijd per examen, denkt D66-Kamerlid Paul van Meenen.

Vertalingen

Engelspreparation time