Voorbij
/vorˈbɛi/
Betekenis
voorzetsel
- met een waarneming of verplaatsing langsHij zag voorbij de velden een paar huisjes staan.Ze reden voorbij het paleis.Het gaat pas voorbij de zomer weer regenen.
- na het passeren achter zich latendZe herkende me niet en liep me voorbij.
Etymologie
In de conformistische dagen van nu is de tentoonstelling meer dan een overzicht van leven en werk van een geliefde Drentse blueszanger. Het is ook de expositie van een voorbij tijdperk. De posters en de platenhoezen verhalen over meer dan over muziek alleen. Ze vertellen over jong en wild zijn, langharig, in spijkerbroek. Over bier, liefde en verdriet. Het maakt nostalgisch. Om de blues van te krijgen.
Vertalingen
Engelslast, past, straight past
Spaanspasado
Portugeespassado, anterior
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek