voorbode
mannelijk (de)/ˈvorbodə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) (letterlijk) bode die vooruitgestuurd is om de komst van iets of iemand aan te kondigen, voorloper ,aankondigerDe voorbode kondigde de komst van de koning en de koningin aan.
- (figuurlijk) iets dat het naderen van een feit in de toekomst bekend maakt, voortekenDe herfst kan als de voorbode van de winter gezien worden.
Vertalingen
Engelsharbinger, foreboder
Fransprésage
DuitsVorbote
Spaansheraldo, agüero, augurio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek