voordeel
onzijdig (het)/ˈvordel/
Wat is de betekenis van voordeel?
voordeel betekent: profijt.
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- profijt.
- aangename eigenschap
- (tennis) term die aangeeft dat een speler bij een 40-40-stand een punt heeft gescoord en dus maar één punt verwijderd is van de winst van een game
- het aan de voorkant gelegen deel
Voorbeelden van "voordeel" in een zin
- De onrust op de aandelenmarkt was in zijn voordeel.
- Een even groot percentage acht zichzelf er niet toe in staat. En meer dan de helft is bang een boete te krijgen of een voordeeltje mis te lopen.
- Een voordeel van een motorfiets is het lage benzineverbruik per kilometer.
- Uit een onderzoek van de Stanford University uit 2014 bleek dat lange-afstandslopen vele voordelen heeft, behalve het feit dat je in de natuur bent en dat het nagenoeg gratis is.
- De befaamde Belgische tennisster serveerde met voordeel voor de wedstrijd.
Etymologie
* In de betekenis van ‘winst’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsadvantage, advantage, advantage
Fransavantage, avantage
DuitsNutzen, Vorteil
Spaansventaja, provecho, baza
Deensfordel, fordel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek