woorden
boek
Start
›
V
›
voordeursleutel
voordeursleutel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sleutel waarmee men het slot van een voordeur kan openen
Ook nog een bos waarin ze haar eigen voordeursleutel herkende.
Verwante woorden
voor
voor anker
voor de hand liggend
voor elk wat wils
voor pampus
voor pampus liggen
voor zover
voor-
voor-beltrum
voor-de-gek-houderij
voor-drempt
voor-grieks
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← voordeuren
voordeursleutels →