woorden
boek
Start
›
V
›
voorgaan
voorgaan
/ˈvorɣan/
Betekenis
werkwoord
voor iemand gaan
de voorrang, de voorkeur hebben
(van een klok) te snel lopen, voorlopen
religie
(religie) een godsdienstoefening leiden
Vertalingen
Engels
precede
Spaans
adelantar
Verwante woorden
voor
voor anker
voor de hand liggend
voor elk wat wils
voor pampus
voor pampus liggen
voor zover
voor-
voor-beltrum
voor-de-gek-houderij
voor-drempt
voor-grieks
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← voorga
voorgaand →