voorgoed

vorˈɣut

Wat is de betekenis van voorgoed?

voorgoed betekent: op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig

Betekenis

bijwoord
  1. woorden met boekreferenties op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig

Voorbeelden van "voorgoed" in een zin

  • In 1453 kwam er voorgoed een einde aan het Byzantijnse Rijk.
  • Het is pas voorgoed verdwenen, nadat de ziel allang is gedood.

Etymologie

samenstelling van voor en goed

Vertalingen

Duitsendgültig
Engelsfor good