woorden
boek
Start
βΊ
V
βΊ
voorhoofdsholte
voorhoofdsholte
vrouwelijk (de)
/Λvorhof(t)sΛhΙltΙ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
anatomie
(anatomie) elk van de twee holten die zich als voortzetting van de neusholte tot in het voorhoofdsbeen uitstrekken
Verwante woorden
voor
voor anker
voor de hand liggend
voor elk wat wils
voor pampus
voor pampus liggen
voor zover
voor-
voor-beltrum
voor-de-gek-houderij
voor-drempt
voor-grieks
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
π Synoniemen van voorhoofdsholte
β voorhoofdsbeen
voorhoofdsholten β
Meer woorden met V
vastdrukt
vastprikt
verfspuit
verjaardagskalender
verknoopt
verpootte
verstiert
verstoord
verstoren
verstramt