voorkómen

/vor'ko:mə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. voorkomen, verhinderen (als in de zin benadrukt wordt dat iets niet gebeurt of niet moet gebeuren)
    Het gaat er om te voorkómen dat mensen verslijten, bleek gisteren.
  2. voorkomen (om het onderscheid aan te geven met het scheidbare werkwoord, dat de klemtoon op de eerste lettergreep heeft "vóórkomen"
    Hersenonderzoekers van het UMCG starten een onderzoek naar het voorkómen van terugval na een depressie.
    Wij zien schade liever voorkómen dan vóórkomen.

Etymologie

*beklemtoonde schrijfwijze van het niet-scheidbare werkwoord voorkomen