voorkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kamer aan de straatkant van een huis of woning
    De voorkamer werd van nieuwe vloerbedekking voorzien.
    Een halfuur later had iedereen zich in de voorkamer verzameld.
    In de voorkamer stond een antiekrode leren chesterfieldfauteuil zij aan zij met een Louis xv -zetel die was voorzien van een oudroze fluwelen bekleding met een rozenmotief, en een voetbankje in ongeveer dezelfde kleur naast een prachtige achttiende-eeuwse salontafel met elegant houtsnijwerk.