voorkant

mannelijk (de)/vorkɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een van de zijden van een voorwerp, namelijk dewelke naar voren gericht is.
    De voorkant van een huis is gewoonlijk naar de straat gericht waaraan het ligt.
    Die muur bood aan de voorkant van het huis beschutting aan een bloementuin.
    "Simpel gezegd zit de voorkant aan de achterkant en de achterkant aan de voorkant", zegt wethouder Rens Reijnierse van de gemeente Vlissingen tegen Omroep Zeeland.

Vertalingen

Engelsfront
DuitsVorderseite
Russischперёд