voorzijde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvorzɛidə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorkant, front, voorgevel.
    Het kruis of de kop noemt men de voorzijde van de munt, de kant waarop de waarde van de munt staat noemt men de muntzijde.

Vertalingen

Engelsfront, obverse
Fransdevant, avers
DuitsVorderseite, Bildseite
Spaansparte delantera