voorlezen

/ˈvorlezə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) hardop een tekst lezen ten aanhoren van anderen
    Zijn moeder las hem voor het slapen gaan altijd een verhaaltje voor.
    Omdat ik geen man heb die 's avond moe thuiskomt, kan ik maar beter gaan voorlezen op zo'n poëzieding?' Cynth nam me bezorgd op.
    Wanneer tijd schaars is en je moet kiezen tussen troosten en voorlezen, dan delft voorlezen het onderspit.

Vertalingen

Engelsread, read aloud
Franslire, lire à haute voix
Duitsvorlesen