voorloper
/ˈvorlopər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat of iemand die eerder was
- een type schaaf die gebruikt wordt voor houtbewerking
Etymologie
* van voorlopen
Vertalingen
Engelsprecursor, jointer plane, try plane
Spaansgarlopa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek