vooroverbuigen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) in voorwaartse richting een buiging maken
    Hij boog voorover en raapte het op.
  2. refl (refl) zich in voorwaartse richting buigen
    Zij boog zich voorover en dat trok de aandacht van de werklui.
    Toen ik me vooroverboog om mijn ene natte kous uit te trekken, werd de stilte in de ruimte verbroken door een diepe zucht, alsof er een steen in een vijver werd geworpen. Ik bevroor in mijn bewegingen en kreeg kippenvel op mijn armen.
  3. ov (ov) iets in voorwaartse richting buigen
    Het blad was een beetje voorovergebogen om het geheel wat stabieler te maken.