voorruit
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈvorœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (autotechniek) glazen vlak aan de voorkant van een voertuig dat zorgt voor zicht op de weg en bescherming tegen weer en windDoor steenslag zat er een barst in de voorruit van de auto.
Vertalingen
Engelswindscreen, windshield
Franspare-brise
DuitsWindschutzscheibe, Frontscheibe
Spaansparabrisas, guardabrisa
Italiaansparabrezza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek