voorschoot
/'vorsxot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) lap stof die ter bescherming van andere kleding voor de schoot gebonden wordtNu eerst vraagde ik: Lysje, wilt gy my hebben? -- Zy wierd rood tot over de ooren, hield de voorschoot voor de oogen, gaf my een hand, en zeide ja!Maria Muller. Uit het Hoogduitsch vertaals door J.F.N. te Westzaandam by H. vam Aken en te Amsteldam by J.F. Nieman 1901. In: Vaderlandsche letter-oefeningen of tijdschrift van kunsten en wetenschappen, Van der Kroe, 1802
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek