voorspraken
Wat is de betekenis van voorspraken?
voorspraken betekent: meervoud verleden tijd van voorspreken
Betekenis
werkwoord
- meervoud verleden tijd van voorspreken
zelfstandig naamwoord
- meervoud van het zelfstandig naamwoord voorspraak
Voorbeelden van "voorspraken" in een zin
- ...dat wij voorspraken.
- ...dat jullie voorspraken.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek