voorstaan

/ˈvorstan/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) onderschrijven, steunen
    Het standpunt wordt voorgestaan door de regering.
    Betaalbare topkwaliteit is wat wij voorstaan.
  2. refl (refl) zich laten ~: zich beroepen op, zichzelf roemen om
    De partij laat zich voorstaan op het vasthouden aan haar principes.