voorstellen

/ˈvorstɛlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) het voorleggen van een idee aan iemand
    Ik stelde hem voor om naar de bioscoop te gaan.
    Zij kregen een andere betalingswijze voorgesteld.
    Wat betreft de universiteiten stellen de onderzoekers voor om een groter deel van het geld naar technische opleidingen te verschuiven, als investering in die sector. Tubantia Arjan te Bogt 20-05-19 [https://www.tubantia.nl/enschede/4-miljoen-euro-minder-per-jaar-voor-saxion-onbegrijpelijk~a15b9fe6/ 4 miljoen euro minder per jaar voor Saxion: ‘Onbegrijpelijk’]
  2. ov (ov) het geven van een beeld van iets
    Dat werd voorgesteld alsof het een geheel nieuw idee was.
  3. ov (ov) vertellen wie iemand is
    Pogue stelde me voor aan zijn vriend ‘Barbie’, een excentrieke man die de lievelingsbarbie van zijn dochter met zich meedroeg en haar op allerlei rare plekken fotografeerde.
  4. refl (refl) zich voorstellen: vertellen wie je bent
  5. een beeld in de geest maken of oproepen
    Ik probeerde me voor te stellen waar ze nu mee bezig zouden zijn: met hun neus in de boeken of chattend met hun vrienden.
    Het viel me meteen op dat deze woestijn niet de woestijn was die ik me had voorgesteld.
    Je zou je voor kunnen stellen dat de Amerikanen een zucht van verlichting slaakten toen het Sovjetleger de opstand neersloeg en de rust en het afschrikkingsevenwicht werden hersteld.
  6. in werkelijkheid zijn
    Ultrafast fashion wordt vaak verkocht voor een kringloopprijs en is daardoor voor ons een serieuze concurrent, zegt de brancheorganisatie. We zien dat mensen heel graag iets nieuws willen kopen. Op het oog ziet zoiets op een webshop er mooi uit, maar kwalitatief stelt het niet zo veel voor.

Vertalingen

Engelspropose, present
Fransproposer, présenter
Duitsvorschlagen
Spaansproponer, presentar