voortrekken
/ˈvortrɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een voorkeursbehandeling gevenHij werd ervan beschuldigd voorgetrokken te zijn door zijn leraar.
- (ov) (voetbal) (van de bal) van opzij voor het doel van de tegenstander trappen, zodat ploeggenoten een doelpunt kunnen maken
- (ov) (tuinbouw) (van bloembollen) eerder dan natuurlijk tot bloei brengenOmdat de bloemen van de dahlia laat op gang komen, kun je ze ook voortrekken in bloempotten. Pot in februari of maart de knollen op, zet ze in een tuinkas of binnenshuis en zorg dat ze voldoende licht krijgen zodra ze boven de grond komen. Vanaf mei kunnen de planten naar buiten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek