voorzanger
mannelijk (de)/ˈvorzɑŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zanger die bij een optreden iets zingt, waarop een koor hetzelfde zingt of een gezongen antwoord geeftDe meeste van deze liederen hadden de bekende call-and-response-zangstructuur: de voorzanger zingt een couplet dat door de anderen herhaald wordt.
- (religie) bij kerkdiensten iemand die als eerste of enige zingt, meestal nagevolgd door de gemeente of het koorHij trad daar overigens ook op als voorzanger, in een van de twee protestantse kerken, misschien wel in allebei.
Etymologie
*(erfwoord) van Middelnederlands voresanger; op te vatten als afleiding van voorzingen of samenstelling van voor en zanger
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek