vorming

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het ontstaan, het ontwikkelen, het maken.
    Dan is het fijn als de temperatuur oké is, maar zonder water (of een andere vloeistof) lijkt de vorming van leven heel onwaarschijnlijk.
    De 3e en 2e eeuw waren van belang voor de vorming en stabilisatie van het Romeinse Rijk.
  2. onderwijs (onderwijs) het onderwijs, het aanleren
    In zijn boeken richt Niebuhr zich op de uitbreiding van het rijk, de oorlogen, het functioneren van het administratief apparaat, de wetgeving en gewoonten, en de morele vorming (Bildung) van de Romeinen.
    Het is zeer verkeerd om menschen die zonder geneeskundige vorming, alleen in het bezit zijn van eenige heelkundige kennis, tot de studie of tot het examen in de verloskunde toe te laten.

Etymologie

* van vormen

Vertalingen

Engelsconfiguration, building, education
Spaansconfiguración, formación, educación