vrijhandelsakkoord

onzijdig (het)/ˈvrɛihɑndəlsɑˌkort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een verdrag waarbij twee (groepen) landen vastleggen aan welke eisen handel tussen hen moet voldoen
    De Britse oud-minister Boris Johnson heeft premier Theresa May opgeroepen haar plannen voor het Britse vertrek uit de Europese Unie in de prullenbak te gooien. Johnson presenteerde in Daily Telegraph zijn plan voor een "betere brexit", waarin hij pleit voor een overeenkomst die vergelijkbaar is met het vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU. Tubantia E. van der Aa 28 september 2018 [https://www.tubantia.nl/economie/harde-brexit-kost-werkende-nederlander-300-euro-p-j~aa6f0146/ Harde brexit kost werkende Nederlander 300 euro p/j]
    Dat hij als president geen lintenknipper zal zijn, liet hij al weten. Hem onwelgevallige wetten wil hij straks niet bekrachtigen. Een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Staten ondertekent hij evenmin. President Hofer staat erop de huidige, socialistische premier Werner Faymann te begeleiden naar EU-toppen. Tubantia B. van Huet 10 januari 2017 [https://www.tubantia.nl/buitenland/familieman-keurige-hofer-is-nieuwe-haider~ad63b3f2/ Familieman? Keurige Hofer is nieuwe Haider]

Vertalingen

EngelsFTA, free trade agreement