vrolijkheid
vrouwelijk (de)/ˈvroləkhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een aangename stemming waarin men veel lacht, zich goed voelt en het leven optimistisch bekijktMet elke somberheid is het dan gedaan, enkel vrolijkheid die zich ontvouwt.[http://www.rijpelberg.info/pages/wijkvereniging-rijpelberg-wvr/abcd-groep-actief-rijpelberg/abcd-initiatieven-projecten/dichtbundel-ode-aan-rijpelberg-en-andere-gedichten/har-dirkx.php Rijpelberg, het groene dorp in Helmond], rijpeberg.info
Etymologie
*van Middelnederlands "vrolijcheit"; afgeleid van vrolijk
Vertalingen
Engelscheerfulness, glee, happiness
Fransgaieté
DuitsFröhlichkeit
Italiaansallegria
Poolsradosność
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek